| DE INDISCHE COURANT 20 APRIL 1937 |
Savoe, het Paradijs van het Oosten! We stoomen door de
Savoeneche, het diepe bekken tusschen Flores en Timor. De vele eilanden, welke
haar omgrenzen, schijnen bergtoppen, reikend uit een in de wateren verzonken
atlantis. In het Noorden verheffen zich nog werkende vulkanen.
Tusschen Soemba en Rotti duikt Savoe uit de golven van
den Indischen Oceaan. Het is maar een klein stukje grond, ongeveer 540 km2.
De hoogste toppen komen niet verder dan 300 meter.
Heuvelig en schier kaal, maakt het uit zee gezien, weinig indruk. Wanneer de “Van
Riebeeck" een eind uit de kust ten anker is gegaan voor Seba en de sloep
ons naar den wal brengt, zien we hoe wallen als van burchten oprijzen uit den bodem.
Seba is een klein. Inheemsch plaatsje. De woningen
maken een goeden indruk. Ter zijde van den weg ligt een ruime pasanggrahan. We
vonden er weinig aanlokkelijks. Zij scheen verlaten. Er stond nog een bed
zonder klamboe. Wie zou ook on dit eiland van paarden en vee een boot
overblijven?
En toch kan het de moeite loonen dit eiland rustig in
oogenschouw te nemen.






0 comments:
Post a Comment